Wat profileren ingewikkeld maakt

Het identificeren van persoonlijkheidstrekken biedt een rijkdom aan inzichten, maar brengt ook uitdagingen met zich mee. Het categoriseren van individuen in vastomlijnde types die een verhaal bieden bij een set kenmerken, kan inderdaad een gevoel van herkenning opleveren. Deze etiketten vangen echter niet de volle dynamiek van het menselijk karakter. De realiteit is dat de meeste mensen een unieke mix van kenmerken bezitten die niet volledig worden weerspiegeld door enkelvoudige labels. Bij het profileren zien we een aantal complexiteiten, waarvan het goed is dat je die als consultant kent.

  1. Het geven van labels zoals Flegmatisch, Brononderzoeker of Navigator aan een persoon, roept niet bij iedereen warme gevoelens op. Mensen zijn méér dan een label of een hokje of een groep. Hoewel iedereen zich wel ergens in herkent, geeft het label alleen een compleet beeld wanneer iemand heel duidelijk één karaktertrek laat zien. Voor deze mensen zal het prettig aanvoelen dat ze een duidelijk beeld van zichzelf hebben. Voor mensen met een minder scherp afgebakend karakter zal het aanvoelen alsof ze in een hokje terecht komen, dat in meer of mindere mate niet passend is.
  2. Een óf-óf benadering doet onvoldoende recht aan het situationele karakter van gedrag van mensen. Iemand die enorm introvert is, zal zich wel herkennen in de beschrijving ‘introvert’. De meeste mensen zijn echter een combinatie van introvert en extrovert, afhankelijk van de omgeving waarin ze zijn en hoe ze zich daar voelen. Dit effect geldt voor introvert-extrovert maar ook voor andere factoren van de modellen die concurrerende (tegengestelde) waarden veronderstellen. Deze waarden sluiten elkaar min of meer uit in het model, maar lopen in de beleving van mensen vaak door elkaar heen, zijn gelijktijdig aanwezig of kunnen zich allebei binnen één persoon in verschillende situaties voordoen.
  3. Er is een verschil tussen gedrag en drijfveren. Mensen kunnen hetzelfde soort gedrag laten zien, maar zijn bij het vertonen van dat gedrag soms gedreven door andere motieven. Een mooi voorbeeld is het opbouwen en volgen van structuur. Iemand die gestructureerd is, kan dat doen vanuit een sterk normbesef, waarbij deze persoon steeds op zoek is naar de norm (wat hebben we afgesproken, wat is goed, wat is fout). Iemand anders kan ook structuur opbouwen en volgen, maar vanuit de drijfveer dat deze persoon in chaos zou vervallen, mocht de structuur er niet zijn. Na verloop van tijd is het moeilijk om nog in het gedrag te onderscheiden of iemand nu gestructureerd werkt vanuit het motief om niet in chaos te vervallen, of dat iemand dit doet vanuit een sterk normbesef.
  4. Door zich te ontwikkelen, verfijnen en balanceren mensen hun karakter. Iemand die zich sterk ontwikkeld heeft op het gebied van mentale kracht, zal zich anders gedragen ten opzichte van het gedrag dat deze persoon vertoonde voordat de ontwikkeling plaatsvond. Dit kan gelden voor heel praktische zaken zoals het eerder genoemde structuren om chaos en disfunctioneren te voorkomen tot heel persoonlijke zaken zoals emotiebeheersing, weerbaarheid, zelfvertrouwen en communicatievaardigheid. Dit kan weer leiden tot meer openheid en zich kwetsbaar durven opstellen vanuit de wetenschap van weerbaarheid en eigen waarde.
  5. Andersom geldt ook: iemand die zich laat gaan en geen investering doet in de eigen vorming, zal gemakkelijker kunnen ontsporen, zeker als de omgeving dit toelaat. De ruimte die de omgeving biedt kan van grote invloed zijn op hoe iemand zich gedraagt en welke stukken van het karakter een constructieve of destructieve bijdrage kunnen leveren aan het leven van zo’n persoon en de mensen er om heen.
  6. Mensen die actief hebben gewerkt aan hun persoonlijke ontwikkeling, om zo hun karaktereigenschappen in evenwicht te brengen en effectief in te zetten, kunnen aanzienlijk bekwaam worden in gedragingen waarvoor anderen van nature meer aandrang toe hebben. Deze persoonlijke groei resulteert vaak in een dieper inzicht in en beheersing van hun gedrag, waardoor ze hun potentieel maximaal kunnen benutten en valkuilen kunnen vermijden. Aan de andere kant kunnen mensen met een natuurlijke aandrang voor bepaalde gedragingen, die minder investeren in hun persoonlijke ontwikkeling, minder vaardig blijken omdat ze gevoeliger zijn voor hun eigen valkuilen. Hier speelt intelligentie ook een belangrijke rol; het beïnvloedt het vermogen van een individu om zelfreflectie toe te passen, te leren van ervaringen en strategisch hun persoonlijke groei vorm te geven
  7. Situaties, trends en gebeurtenissen in het nu en die uit het verleden staan vaak met elkaar in verbinding. Deze verbindingen hebben een grote invloed op iemands karakter en handelen. Een persoon die van nature creatief is in het vinden van oplossingen, zou zo geworden kunnen zijn doordat er in de vormingsjaren onveilige situaties waren. Het oplossingsgerichte karakter kan nog steeds elementen van die spanning met zich meedragen. In gespannen situaties zal zo’n persoon zich mogelijk zeer vaardig voelen, wat een zeker zelfvertrouwen met zich meebrengt. Toch kan er dan tegelijkertijd een gevoel zijn van verlangen naar rust, veiligheid en voorspelbaarheid. De voorkeursrichting van het zoeken van een oplossing zal dan waarschijnlijk in de richting van harmonie, rust en veiligheid leiden. Een heel andere richting dan wanneer iemand creatief is in het vinden van oplossingen doordat deze in de vormingsjaren van het leven interessante problemen voorgelegd kreeg in een vertrouwde, veilige omgeving. Hier zal meer een verlangen kunnen zijn om oplossingen samen te vieren, te delen en er op verder te bouwen.
Scroll to Top